Door Cees Steijger
Zaterdag 17 januari was in twee opzichten een zonnige dag. Niet alleen vanwege het lenteachtige einde van een winterse periode, maar vooral door de aftrap van het project Federol in het Franse Clefmont. In Zeewolde kwamen zeventien potentiële associates bijeen, uitgenodigd om uit de mond van initiatiefnemer Henk Krol te horen hoe het ervoor staat met zijn ambitieuze plan: de transformatie van een eeuwenoud voormalig nonnenklooster tot een ontmoetingsplek voor persoonlijke groei, herstel en creativiteit.
Federol is geen commerciële onderneming, en dat is een bewuste keuze. De Nederlandse Stichting Federol beoogt in Clefmont – een kleine gemeente in het departement Haute-Marne, in de regio Grand Est in het noordoosten van Frankrijk – een laagdrempelige plek te creëren waar mensen in rust kunnen samenkomen. Denk aan zelfhulpgroepen, mantelzorgers, kunstenaars, schrijvers, mensen in een periode van herstel, of eenvoudigweg iedereen die tijdelijk afstand wil nemen van de dagelijkse drukte en in een veilige omgeving verbinding wil zoeken.


De groep die bij Henk thuis in Zeewolde bijeenkwam, was opvallend gemêleerd. Geen uniforme club vrijwilligers, maar gemotiveerde mensen die vanuit expertise of ervaring een bijdrage willen leveren: in praktische zin – verbouwen, schoonmaken, schilderen – maar ook in de vorm van organisatie, meedenken en plannen. Wat hen verbond was niet zozeer een strak omlijnde taak, maar nieuwsgierigheid. Vooral dat laatste bleek de sleutel tot de middag: het ontdekken.
Het concept is ambitieus, maar tegelijk verrassend eenvoudig: een gebouw dat uitnodigt tot verstilling en gesprek, een omgeving met ruimte en natuur, en een gemeenschap die niet primair bestaat uit klanten, maar uit mensen die samen een idee dragen. Dat laatste is essentieel. Het project trok de belangstelling van ruim vijfhonderd geïnteresseerden. Veel van hen willen helpen om Federol snel van de grond te krijgen, mits aan één cruciale voorwaarde wordt voldaan: het voormalige klooster moet eerst worden opgeknapt.
Een klooster dat wacht op nieuwe betekenis
Het gebouw, daterend uit 1780, heeft enkele jaren leeggestaan. Wie ooit een leegstaand oud pand heeft gezien, weet dat “leegstaan” een zachte term is. In werkelijkheid betekent het vaak: langzaam achteruitgaan. Dakgoten lopen vol, vocht zoekt zijn weg, verf bladdert, hout werkt, en ruimtes verliezen hun functie. Tegelijkertijd schuilt in dit soort gebouwen een zeldzame kwaliteit: het zijn plekken die niet alleen meters en muren bieden, maar ook een gevoel van geschiedenis.
Clefmont – letterlijk ‘Sleutelberg’ – is zo’n typisch Frans dorpje waar je het ritme van de tijd anders ervaart. Het is de zetel van een voormalig kanton en staat vooral bekend om de ruïnes van een middeleeuws kasteel, dat als een stille getuige boven het dorp uitsteekt. De gemeente telt circa 150 inwoners, wat neerkomt op een lage bevolkingsdichtheid van ongeveer acht inwoners per vierkante kilometer. Kom daar maar eens om in de Randstad. Het cijfer zegt alles: hier overheerst ruimte, stilte en een bosrijk landschap.
Die landelijke setting is geen decor, maar een fundamenteel onderdeel van het idee achter Federol. Het klooster ligt midden in het dorp, aan de Rue Gourière, tegen het kasteel aan, op een heuvel met uitzicht over het dal. De plek biedt eeuwenoude rust, omgeven door natuur en openheid. Het is bij uitstek geschikt voor mensen die enkele dagen of een week met elkaar in gesprek gaan, leren, delen, tot rust komen en herstellen.
Ontdekken als begin van betrokkenheid
De groep die bij Henk thuis in Zeewolde bijeenkwam, was opvallend gemêleerd. Geen uniforme club vrijwilligers, maar gemotiveerde mensen die vanuit expertise of ervaring een bijdrage willen leveren: in praktische zin – verbouwen, schoonmaken, schilderen – maar ook in de vorm van organisatie, meedenken en plannen. Wat hen verbond was niet zozeer een strak omlijnde taak, maar nieuwsgierigheid. Vooral dat laatste bleek de sleutel tot de middag: het ontdekken.
Dat ontdekken gebeurde niet alleen in gedachten, maar ook letterlijk. Dankzij een video-livestream konden de aanwezigen als het ware meekijken in Clefmont. Jeroen verzorgde de livebeelden en nam het gezelschap bij de hand door het gebouw en de omgeving. Het leverde direct een helder beeld op van de sfeer in het dorp: zandkleurige huizen, luiken voor de ramen, hoge poorten naar binnentuinen, vaak bereikbaar via grote garages. Een straatbeeld dat je in Frankrijk herkent, en dat tegelijk iets tijdloos uitstraalt: alsof de architectuur nog een eigen moraal bewaart, een kalmte die haaks staat op de haast van moderne steden.
Het klooster zelf bleek een gebouw vol lagen, letterlijk en figuurlijk. Via de livestream kreeg het gezelschap een indruk van ongeveer twintig vertrekken, oude opgangen en verborgen trappen, gangen en verbindingen die herinneren aan een tijd waarin gebouwen niet werden ontworpen voor efficiëntie, maar voor ritme en orde. Zelfs de kelders bleken indruk te maken: gewelfde ruimtes die eeuwen aan geschiedenis dragen, en waarin je bijna vanzelf zachter gaat praten.
Ook de ontdekking dat het bezit groter bleek dan aanvankelijk gedacht, zorgde zichtbaar voor enthousiasme. Onder aan het château bevindt zich een grote ommuurde tuin die, tot verbazing van Henk, onderdeel van het geheel bleek te zijn. Ook een boomgaard aan de achterkant van het klooster hoort bij het terrein. Dit soort extra’s verandert de reikwijdte van een initiatief: het gaat niet alleen om kamers en bedden, maar ook om buitenruimte, wandelroutes, stilteplekken, en mogelijkheden voor kleinschalige activiteiten.
Een duiventil die ideeën losmaakt
In die boomgaard bevindt zich bovendien een opmerkelijk bijgebouw: een tweeverdiepingen tellend gebouwtje dat door de nonnen als duiventil werd gebruikt. Het is een detail dat meteen laat zien hoe geschiedenis zich kan openen in een gebouw. Niet als museumstuk, maar als aanleiding voor nieuwe verbeelding. Zodra dit gebouwtje in beeld kwam, begonnen de ideeën door de kamer te vliegen: een sauna, een kunstgalerie, een atelier, een kleine meditatieruimte. Niet omdat het al vastligt wat het moet worden, maar omdat de plek iets oproept. Precies dat is de kracht van dit project: het gebouw dwingt niet tot één plan, maar nodigt uit tot een gemeenschap die samen betekenis geeft.
En dan is er het uitzicht. Wie goed kijkt, begrijpt waarom juist hier een plek voor rust en herstel kansrijk is. Het klooster ligt op een helling met een onbelemmerd zicht over de regio Bassigny. Bij helder weer, zo werd verteld, kun je zelfs tot aan de bergen van Zwitserland kijken. Alleen al dat idee werkt als een tegenwicht tegen de dagelijkse drukte. Een verademing, letterlijk en figuurlijk.
Een alternatief voor snelheid en rendement
Federol lijkt daarmee meer dan een renovatieproject. Het is een exercitie in herbestemming, niet alleen van stenen maar ook van aandacht. In een tijd waarin veel plekken een functie verliezen en leegstand groeit, is het opmerkelijk om te zien dat een oud klooster juist een nieuwe rol kan krijgen als plek voor herstel en ontmoeting.
Het project gaat bovendien op een bijzondere manier tegen de tijdgeest in. Niet door ertegen te vechten, maar door een alternatief te bieden. Waar veel initiatieven draaien om marktwerking, rendement en snelheid, draait Federol om iets anders: rust, gemeenschap en toegankelijkheid. Het is geen luxe retraite voor een selecte groep, maar juist bedoeld als laagdrempelige ontmoetingsplek. Daarmee raakt het aan een bredere maatschappelijke behoefte: de behoefte aan plekken waar mensen niet hoeven te presteren, maar waar ze simpelweg mogen zijn, en waar het gesprek geen product is maar een proces.
De eerste stap is altijd het begin van een lange weg
Natuurlijk: er moet ook gewoon veel gebeuren. Een gebouw dat jaren heeft leeggestaan, vraagt om concrete arbeid en organisatie. Schoonmaken, schilderen, installaties controleren, ruimtes opnieuw inrichten. Maar de bijeenkomst in Zeewolde maakte duidelijk dat het project niet op één schouder rust. Er is een groep in wording, mensen die zich willen verbinden aan de opbouwfase en die bereid zijn om tijd, handen en ideeën te investeren.
Die eerste zaterdag voelde daarom als een aftrap in de echte betekenis van het woord: het moment waarop een idee niet langer alleen van één initiatiefnemer is, maar van een collectief. Federol is nog niet af; het is nog niet eens begonnen als verblijfslocatie. Maar het begon wel als gemeenschap. En dat is, voor een plek die draait om herstel en verbinding, misschien wel de meest passende start.